Het verhaal van Gertie
Ze kwam voorzichtig naar het kantoor lopen waar ik zat. Ze keek me aan en vroeg: “Wie ben jij?” Ik vertelde haar dat ik Gertie heet en ze zei: “Ben jij die oma?” Met een glimlach antwoordde ik: “Ja dat ben ik; zo noemen de kinderen mij.”
“Waarom ben je hier”, vroeg ze vervolgens. Ik vertelde haar dat ik vandaag mocht uithelpen, omdat een collega ziek was en ik daarom bij hun op locatie was. Ze zei: “Oké” en kwam bij me zitten. Ik vroeg haar of ze het vervelend vond dat ik vandaag uithielp, waarop ze zei: “Nee hoor! Ik ken je niet, dus daar heb ik geen mening over.” Ik glimlachte weer toen ze me aankeek en ze vroeg of we samen tosti’s konden gaan maken. Dat deden we. Ze kon heel goed tosti’s in een koekenpan maken en ze was trots op het resultaat. We hebben samen gegeten en daarna nog een potje getennist. Toen zat mijn dienst erop en ik nam afscheid van de kleine meid. Ik zei dat ik het heel erg gezellig vond en graag nog eens wilde komen uithelpen. Ze zei: “Dat is goed, ik vind je wel oké. Euhmmm… hoe heet je ook alweer?” Ik zei: “Ik heet Gertie, maar je mag ook oma zeggen.”
Missie
Als heel jong meisje wist Gertie al wat ze later wilde worden. Ze vertelde haar moeder dat ze - wanneer ze ‘groot’ was - kinderen ging helpen. Ze zag al op jonge leeftijd de ‘zwakkeren’ in de samenleving die het moeilijk hadden, gepest werden of buiten het bootje vielen. "Ik wilde graag de jeugdzorg in; een doelgroep die mij aan het hart lag. Met name de jongeren die niet werden gezien door de overheid of als lastige, criminele pubers werden gekwalificeerd, hadden juist mijn voorkeur."
Ze hielp waar ze kon en haar voorbeelden waren Audrey Hepburn en later ook Moeder Teresa. Betekenisvol werk doen - net als hun - en een weeshuis opzetten; het liefst in ontwikkelingslanden. Ze ging daarom terug naar de schoolbanken om haar doel te bereiken. Met haar diploma op zak startte ze vervolgens samen met haar man een Gezinshuis. In de 14 opvolgende jaren heeft ze prachtige, ontroerende, maar ook intens verdrietige kind-verhalen gehoord.
Er voor een kind mogen zijn is voor mij niet zomaar een baan; het is een levenswerk, een missie.
Hart voor de jeugd
“Het maakt mij een gelukkig mens wanneer ik een heel klein zaadje kan planten in die kinderzieltjes, zodat ze er later mee verder kunnen. Vaak hebben de kinderen geen liefde of veiligheid gekend en zijn ze beschadigd door het leven. Ik ben me ervan bewust dat ik beschik over onvoorwaardelijke liefde die ik bij mijn geboorte gekregen heb. Dit maakt dat ik oprecht van de kinderen kan houden en dat het mij geen energie of moeite kost om er voor hen te zijn.”
Na het overlijden van haar man moest ze helaas het Gezinshuis opgeven en is ze in 2018 bij Tobas Jeugdhulp in dienst getreden. “Tobas is het beste wat me is overkomen. Een prachtige organisatie met een visie en missie die helemaal aansluit bij die van mij". Werken met respect naast het kind én in overleg met het kind. Toewerken naar zelfstandigheid en passende zorg aanbieden; ook ná het 18e levensjaar.
“Ik ben trots op deze organisatie, waar bestuurders en personeel allen dezelfde taal spreken, eenzelfde visie delen en waar geen onenigheid is binnen de teams. Inmiddels heb ik mijn pensioengerechtigde leeftijd bereikt en zou ik daarvan moeten gaan genieten. Voor mij is dit nog niet aan de orde. Ik ben een gelukkig en gezond mens en ik hoop nog vele jaren als oma te mogen werken bij Tobas!”
“Tobas is het beste wat me is overkomen. Een prachtige organisatie met een visie en missie die helemaal aansluit bij die van mij".